Leiden University Career Zone

LU Career Zone Ontwikkel je skills

Persoonlijke effectiviteit

Flexibiliteit, stressbestendigheid, integriteit, zelfreflectie.

Flexibiliteit (aanpassingsvermogen):
Zich aanpassen aan en inspelen op verschillende personen en op veranderende/wisselende omstandigheden. 

  • Staat open voor veranderingen in het werk. 
  • Schakelt gemakkelijk tussen verschillende taken. 
  • Past zijn manier van benaderen aan de persoon, cultuur of situatie aan. 
  • Maakt zich in een nieuwe omgeving/organisatie snel de cultuur eigen. 
  • Stelt zijn/haar mening bij op basis van nieuwe informatie en/of goede argumenten van anderen. 
  • Kan met veel verschillende mensen samenwerken.


Stressbestendigheid:
Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, bij tegenslag, teleurstelling of tegenspel. 

  • Blijft gestructureerd werken wanneer verschillende mensen tegelijk een beroep doen op zijn/haar bijdrage of inzet. 
  • Blijft kalm en effectief werken als deadlines naderen. 
  • Blijft beheerst en zelfverzekerd reageren bij spanningen en emoties. 
  • Herstelt snel na een tegenslag of teleurstelling. 
  • Behoudt het overzicht in crisissituaties. 
  • Reageert rustig bij tegenspel of persoonlijke verwijten.


Integriteit:
Handelen naar eer en geweten, in overeenstemming met geldende waarden, normen en regels. Daarop aanspreekbaar zijn en anderen hierop aanspreken. 

  • Gaat zorgvuldig om met vertrouwelijke informatie 
  • Staat voor gedane toezeggingen en verplichtingen. 
  • Maakt geen misbruik van voorkennis, persoonlijke informatie of positie. 
  • Houdt geen informatie achter waar een ander recht op heeft. 
  • Draagt beroeps- en organisatienormen en waarden uit. 
  • Blijft ook bij verleiding of druk eerlijk en betrouwbaar handelen


Zelfreflectie:
Laten blijken het eigen gedrag, de eigen standpunten of methoden kritisch te evalueren en open te staan voor evaluatie door anderen. Toont te leren van deze evaluaties. 

  • Vraagt om persoonlijke feedback. 
  • Is aanspreekbaar op eigen gedrag en/of gemaakte fouten. 
  • Laat zien over een reëel inzicht in de eigen sterke en zwakke punten te beschikken. 
  • Evalueert regelmatig de eigen aanpak en wat daarin anders of beter zou kunnen. 
  • Probeert zwakke punten te verbeteren, door zijn of haar gedrag, standpunt of methode aan te passen. 
  • Laat zien inzicht te hebben in de eigen culturele achtergrond, normen en waarden en het effect daarvan op anderen.